0

#50books 8: Hoeveel lees je gemiddeld per dag?

Vanaf het moment dat ik begreep dat letters iets betekenden en dat een aantal letters samen een woord, dus een begrip, vormden, heb ik gelezen.
Overal en altijd.
De routes en de haltes in de tram, de bus, de metro.
De reclame onderweg.
De achterkant van de rol beschuit op tafel.
De hoeveelheden vitamines en mineralen op het pak melk.
De gebruiksaanwijzing van een apparaat dat ik nooit gebruikte.
Eindeloos, maar dat is natuurlijk geen antwoord op deze vraag.

Lezen doe ik een groot deel van mijn dag.
Op mijn werk: beleidsstukken, mails, notulen, notities, tweets.
Thuis: kranten, tijdschriften, boeken, ondertitels, tweets, mails.
Onderweg: dat wat er op mijn pad komt en het boek dat ik altijd bij me heb.

Maar het échte lezen is van een andere categorie, een buitencategorie.
Het lezen van een boek dat boeit, dat aangrijpt, me meesleept in een andere wereld.
Dat lezen lukt me niet meer iedere dag. Zelfs niet iedere week.
Dat lezen waar ik eigenlijk altijd naar verlang en waar ik toch niet aan toe kom omdat er zoveel andere dingen zijn, lijken te zijn. En omdat ik vaak te moe ben me te durven verliezen uit angst niet meer te kunnen stoppen.

Gelukkig is dat altijd maar tijdelijk! Zodra het echte voorjaar aanbreekt kan ik weer naar buiten, naar mijn plekje uit de wind en in de zon, naar mijn bankje langs de vaart, naar het haventje van Laaxum of een van de andere rustige plekjes.
Daar krijg ik langzaam weer de rust om écht te lezen en op of onder te gaan in het verhaal.

En in mei is Zweden er weer.
Met zijn strandjes, de zon, de rust en al die boeken in de krat op de achterbank van mijn auto.
Het zijn nog echte boeken, een e-reader wil ik nog niet.
Daar lees ik een groot deel van de dag, overal en altijd.
Daar komt de ruimte om weer te genieten van het niets anders te hoeven dan het mogen en kunnen lezen.
En dat doe ik dan ook, zo veel en zo lang mogelijk.
Het aantal uren? Geen idee…

0

Is het toeval?

Wat grijpen de dingen soms wonderlijk in elkaar.
Januari: een nieuw jaar en een nieuwe functie – onzeker zoekend naar mijn nieuwe plek.

Is het toeval dat ik in die week op een blog stuit van een (voor mij onbekende) zoon van iemand die ik lang geleden in mijn werk en later ook privé leerde kennen?
Iemand van wie ik heel veel heb geleerd, voor wie ik veel respect had maar ook iemand met wie ik zo nu en dan een forse aanvaring had?
Iemand die, onder wiens bezielende leiding we probeerden kinderen met een beperking zich zo goed mogelijk te laten ontwikkelen, symbool staat voor een prachtige tijd?
Een tijd waarin kind en ouders centraal stonden en we samen met hen in alle openheid streefden naar een zo goed mogelijk leven?
Waarin wij als behandelaars niet door tijd of geld werden gehinderd en deden wat op dat moment logisch en goed was?
Een tijd waarin een team ook echt een team was en we lief en leed deelden en vierden?
Die tijd waar ik nog altijd met heel veel plezier en een beetje heimwee aan terug denk.

Is het toeval dat nu ik een nieuwe weg moet vinden in mijn winkeltje en uit alle macht probeer mijn oude winkel los te laten, ik opeens het verleden in word getrokken door de vragen die deze net gevonden zoon stelt over zijn vader?
En dat ik me door die vragen opeens weer realiseer wat een bijzondere tijd dat was?

Gek genoeg helpt dit bij het loslaten.
Door me weer bewust te zijn van de manier waarop we toen werkten, móchten werken omdat er nog geen sprake was van bezuinigingen of recessie, realiseer ik me ook dat de huidige tijd me steeds vaker verdrietig maakt.
Iedereen werkt hard en doet net zo zijn best als vroeger, dat wel.
Maar ik krijg het gevoel dat er steeds meer eilandjes ontstaan binnen het grote geheel van de maatschappij.
Eilandjes met een eigen bestuur, een eigen doel, met eigen normen en regels.
Eilandjes waar angst heerst om aan het einde van het jaar te worden afgerekend op een net niet passende begroting zodat het delen met anderen steeds moeilijker wordt.
Eilandjes die steeds minder bruggen naar elkaar lijken te krijgen.
Eilandjes waar het “ieder voor zich en God voor ons allen” bijna een mantra begint te worden.

Een harde constatering die natuurlijk niet altijd, niet overal en zeker niet voor iedereen geldt.
Maar ook een constatering die me helpt afstand te nemen.
Die me helpt los te laten.

En wat is het dan mooi om aan vroeger te denken en dit te mogen doen met iemand die ik eigenlijk niet ken.
Iemand met wie ik dit mooie verleden mag delen zonder in de valkuil te schieten van ‘vroeger was alles beter’. Want daar gaat het helemaal niet om.
‘Vroeger’ is een heel mooi deel van mijn leven en wat is het bijzonder dat ik dit op zo’n onverwachte manier weer mag herbeleven.
Toeval?

2

Verrassend

De week was rommelig en ingewikkeld.
Er gebeurde van alles en alles wat gebeurde kon op velerlei wijze worden opgevat.
Dingen die opeens anders moesten dan was afgesproken.
Dingen die zonder afspraak opeens anders gingen.
Afspraken die niet doorgingen.
Afspraken die wel doorgingen en heel anders uitpakten dan verwacht.

Over het algemeen kan ik daar wel mee leven. Het zijn per slot de onverwachte wendingen die het werken spannend en uitdagend maken. Snel inspelen op de actualiteit en zo goed mogelijk proberen in te schatten wat hierin de beste weg is waren altijd sterke kanten van me.
Waren die kanten sterk omdat het mijn eigen winkeltje was?
Dat geloof ik niet. Mijn winkel was (en is) onderdeel van een grote keten en alles wat zich voordoet staat in dienst van het gemeenschappelijke doel: de klant.
Wel is het zo dat nu ik niet meer alleen ben, het belang op andere dingen komt te liggen en er nieuwe keuzes worden gemaakt. Dat is goed en nu eenmaal het gevolg van het besluit de winkel niet meer alleen te runnen. Ik sta daar voor honderd procent achter.
Wat ik moeilijk vind is dat het soms zonder overleg gaat.
En in mijn gevoel soms zelfs zonder respect, al ben ik ervan overtuigd dat dit niet de bedoeling maar een gevolg is van snelheid en gedrevenheid. Desondanks doet het soms pijn en moet ik moeite doen niet in mijn oude valkuil te stappen en het als míjn falen te zien.

Maar er gebeurde ook iets anders deze week.
Mijn manager kwam even binnenlopen. We kenden elkaar al jaren vanuit mijn vorige functie en pas kort in deze nieuwe verhouding. Ik kon dan ook nog niet zo goed inschatten hoe hij zijn rol zou opvatten in deze voor mij lastige periode.
En dat was verrassend. Hij bood zonder veel woorden te gebruiken steun en hulp aan, kwam met voorstellen en begreep heel goed dat ik dit jaar wil gebruiken om te kijken of het nog leuk wordt.
Gaf aan dat hij dat steunde en me alle gelegenheid geeft om dit op mijn eigen manier te doen.
En hij trok aan de rem omdat hij zag dat ik nu al weer over mijn net gestelde grenzen dreigde te gaan.

Een gesprek van misschien tien minuten en wat geeft het me een goed gevoel.
Een gevoel dat er voor me gezorgd wordt en dat ik voor het besluit over ‘hoe verder’ rustig de tijd mag nemen en daar alle ruimte voor krijg.
Dat ik op mijn eigen manier in beweging kan komen om te proberen die steen op te tillen en de beek weer te laten stromen.
Het voelt of ik eindelijk weer zelf de regie mag hebben en mag nemen!

0

#Blogpraat

Vorige week nam ik voor het eerst deel aan Blogpraat.
JJVoerman nodigde me uit en legde kort uit waar ik in moest loggen.
Ik had geen idee wat ik me erbij voor moest stellen.
Ben per slot pas drie weken aan het bloggen en dat brengt al van alles teweeg. En hoewel ik al een paar jaar zo nu en dan bezig ben met schrijven en een enthousiaste deelnemer van het Schrijfcafé ben merk ik dat een blog toch weer heel anders is.

Het lezen van andere blogs stimuleert me enorm. Vaak vind ik het prachtige stukjes waarin ik me herken en waarop ik zo nu en dan een opmerking achterlaat. Soms ben ik jaloers op de wijze van formuleren. Het schrijven geeft richting aan mijn gedachten en brengt structuur aan die helpt om verder te komen. Andere bloggers brengen nieuwe inzichten en invalshoeken.
En soms vind ik zelfs iemand die op een bijzondere manier verbonden is met een deel van mijn eigen geschiedenis.

Terug naar Blogpraat!
Die eerste keer was buitengewoon heftig. Er kwamen tientallen berichten binnen, veel te snel om  te lezen laat staan te begrijpen en zeker te snel om actief deel te nemen.
Het onderwerp (waar haal jij je inspiratie voor je blog uit?) sprak me aan en heel langzaam begon ik soms even een lijn te ontdekking in de enorme hoeveelheid tweets.
En weer een kwartier later probeerde ik zelf een opmerking te maken. Begreep eerst niet hoe dat moest maar het lukte. Veel verder dan “het is wel even wennen” kwam ik geloof ik niet.
Inmiddels weet ik dat er een verslag van is gemaakt, dat Elja de grote initiator is, dat er een vaste groep bloggers meedoet en dat deze week de derde verjaardag van #blogpraat gevierd wordt.

Gisteravond deed ik voor de tweede keer mee, viel al direct met mijn neus in de taart, zoals JJVoerman tweette. Het voelde inderdaad als een feestje.
Tot mijn eigen verbazing kon ik het al beter volgen, zeker na de hartelijke opmerkingen die er werden gemaakt.

En nu schrijf ik een blog vanwege dit #Blogpraat ‘jubileum’!
Ik hoop er deel van uit te mogen maken en dat fascineert me: een digitale wereld die gewoon uit mensen van vlees en bloed bestaat die samen communiceren, die je meestal niet ziet of persoonlijk ontmoet en waar je toch heel veel van weet – bijzonder!

6

Loslaten

Ik had het me zo voorgenomen.
Nieuwe functie, nieuwe zeer gedreven collega, nieuwe kansen.
Maar wat vind ik het moeilijk.

Het is zo lang mijn ‘eigen winkeltje’ geweest waar ik met hart en ziel heb ingekocht en verkocht.
Waar ik in de loop van de jaren steeds beter leerde welke producten de winkel uitvlogen en voor welke dingen je wat meer moeite moest doen.
Waar ik door schade en schande leerde wat je écht in huis moest hebben en wat wel even wachten kon.
Waar ik leerde welke klanten oprecht geïnteresseerd waren en welke alleen even vluchtig binnen kwamen lopen om iets van de toonbank te grissen.
Waar ik leerde vertrouwen op mijn intuïtie maar ook op de intuïtie en de mening van anderen.

Het winkeltje waar ik met heel veel liefde en plezier iedere dag weer de deur open zette en nieuwe uitdagingen aan ging.
Natuurlijk, er waren dagen dat het niet leuk was. Dat er zoveel klanten waren dat ze niet allemaal even goed geholpen konden worden. Of dat gevraagde producten niet geleverd konden worden.
Of dat ik bleef zitten met dingen waar ik toch helemaal op had vertrouwd.

Na vele jaren groeide het winkeltje uit zijn jasje. Er kwamen steeds meer nieuwe producten en zowel de vragen als de klanten veranderden. Gelukkig werd hier op ingespeeld en kwam er een nieuwe collega zodat ik sinds januari nog maar een deel van het winkeltje hoefde te runnen.
Ik verheugde me er erg op: samen inkopen, samen de verantwoordelijkheid delen, samen kijken wie wat het beste kan, samen klanten werven, daar kon het alleen maar beter van worden.

En dat het beter wordt geloof ik nog steeds maar het is ook moeilijk!
Moeilijk om niet steeds te zeggen ‘dat hebben we al eens geprobeerd’ of ‘dat werkt zo niet’ of ‘we hebben het altijd zo gedaan en daar is iedereen aan gewend’….
Soms is dat ook echt zo en wil ik voorkomen dat zij haar neus stoot. Of dat ze energie stopt in dingen die niet werken. Of waar geen budget voor lijkt te zijn.
En dat terwijl die frisse wind juist zo nodig is, die wind die van alles overhoop gooit en het stof uit de etalage blaast.

Het zal allemaal wel op z’n plaats vallen en natuurlijk wennen we  aan onze nieuwe winkel en aan elkaar. Toch zal ik moeten leren loslaten. En me realiseren dat het helemaal niet erg is om iets aan te pakken dat al eerder is geprobeerd!

Loslaten dat het voelt als falen van mij, al schrijvend voel ik dat het daar eigenlijk om gaat.
Dat gevoel van falen om zien te buigen tot het samen anders gaan doen, open en zonder oordeel.
Samen in dezelfde winkel met een groter en vernieuwd assortiment, daar gaan we voor!

1

Voorjaar?

Wat een prachtige dag! Witte weilanden, strakblauwe lucht, zon en overal gakkende ganzen die in scherpe V-formaties landen na hun vlucht.
Besloot dan ook mijn rondje langs de vaart te gaan fietsen.
Eenmaal buiten was het nog steeds erg mooi maar ook erg koud.
Het eerste stuk ging

Lees meer...
4

Wordt het weer leuk?

Na een vervelend traject van een half jaar besloot ik afgelopen zomer een deel van mijn functie terug te geven. Een baan waarvan ik altijd zei dat het de leukste baan van de hele wereld was! Een baan die ik voor een groot deel zelf had gecreëerd en die ik nu ook zelf  ‘om zeep’ leek te helpen.
De redenen hiervoor bleken eigenlijk allemaal te herleiden naar het toverwoord “leeftijdsfase”.
Plat gezegd ‘niet meer kunnen wat je vroeger kon’.
Wat heb ik geworsteld om dat te erkennen, toe te geven en uiteindelijk hardop te zeggen.
Een oplossing was niet zo eenvoudig maar kwam uiteindelijk wel, al zaten er zeker ook negatieve kanten aan. Lang nagedacht, veel met goede vrienden gepraat, deskundig advies ingewonnen en uiteindelijk eind 2012 het besluit genomen de geboden ‘kans’ te accepteren en me een jaar te geven om te kijken of het weer leuk zou gaan worden.

Toen alles achter de rug was stapte ik in de auto en reed naar Zweden.
Zweden, mijn ‘andere’ land. Het land vol ruimte en rust, vol sprookjesachtige natuur. Het land wat voor mij helend is, waar het Zweedse wonder altijd weer  toeslaat.
De Kerstdagen in Zweden boden een ander ritme door de korte dagen (daglicht van 9.30 – 15.00 uur), met nieuwe mensen, onverwacht samen muziek maken en samen koken.
En de sprookjesachtig witte wereld maakte mijn hoofd leeg waardoor het werk  naar de achtergrond verdween.

Weer thuis was het ook fijn, lekker met de poesjes bij de houtkachel. Soms flitste er even een gedachte door mijn hoofd over de nieuwe functie: hoe zal het gaan? Hoe is de nieuwe collega? En het belangrijkste: zal het weer leuk worden?  Maar die vragen verdwenen snel weer naar de achtergrond. Er was van alles te doen en vol energie genoot ik van wat er voorbij kwam.

En nu heb ik al weer drie weken gewerkt. Het is anders en toch ook weer niet.
Het is zoeken naar balans: wat hoort wel en wat niet bij mijn nieuwe stuk?
Ik ben blij met de nieuwe collega die vol enthousiasme aan de gang is gegaan en ik herken in haar bevlogenheid mezelf toen ik net zo oud was als zij nu. Afstemmen is wennen, ook voor andere collega’s. En ik moet nu echt leren ‘nee’ te zeggen….

Maar waarom voel ik me nu al weer moe?
Waarom heb ik nu al weer het gevoel ‘s avonds geen energie meer te hebben en het weekend te moeten gebruiken om uit te rusten?
Waarom is het niet zo als ik had gedacht?

Misschien heb ik het me te mooi voorgespiegeld.
Misschien trek ik nog teveel naar me toe.
Misschien gaat het over een maand wel beter.
Misschien moet alles  even wennen.
Misschien verlang ik gewoon naar de lente met dagen vol licht en een tuin vol bloemen.

Misschien wordt het weer leuk….

5

50books vraag 1

 

 


Welk boek heeft in je vroegste jeugd de meeste indruk op je gemaakt?

 

 

Toen ik vier jaar was mocht ik met mijn moeder mee naar de bibliotheek.
De grote centrale bibliotheek in Den Haag: een enorm gebouw van vijf verdiepingen met indrukwekkend  brede trappen en op de bovenste verdieping was de kinderafdeling.
Het staat nog op mijn netvlies gegrift, het aan de hand van mijn moeder binnenkomen in die onmetelijke ruimte vol boeken, ik dacht dat ik in de Hemel was! Mooier kon het niet meer worden.
Al gauw kwam de eerste teleurstelling, ik mocht zelf geen boek uit de kast pakken. Razend  was ik want dat kon ik best! Wat later begreep ik het systeem. Als je een boek pakte moest er een speciaal plankje tussen de boeken zodat je jouw boek weer op de zelfde plaats terug kon zetten.
In die tijd (medio vijftiger jaren) waren er nog niet zoveel kinderboeken. Wel kwamen Jip en Janneke – de eerste drukken van alle delen staan nog in mijn kast.

 

Het boek dat de meeste indruk op me heeft gemaakt in mijn kindertijd was “De Kinderkaravaan” van An Rutgers van der Loeff-Basenou.
Het ging over zeven kinderen die met hun ouders en heel veel andere gezinnen met huifkarren door Amerika trokken op zoek naar Oregon, waar iedereen een boerderij dacht te kunnen beginnen. Het was een hard bestaan en al snel overleden de ouders van de kinderen. De oudste zoon John besloot om samen met zijn broertjes en zusjes (inclusief een baby) verder te gaan.
Een dramatische reis door de indrukwekkende natuur van dat grote land vol wilde dieren, woeste rivieren en besneeuwde bergen. Het liep goed af, ze haalden het en ‘leefden nog lang en gelukkig’.
 
Ik las het boek tijdens een logeerpartij. Mijn wat oudere nichtjes hadden het aan me gegeven en ik had nergens anders meer belangstelling voor. Op het moment dat de moeder overleed zag mijn tante wat ik aan het lezen was. Ze maakte er korte metten mee, ik was daar immers nog veel te jong voor! Het hoofdstuk uitlezen mocht nog maar daarna moest ik het inleveren. Een drama want ik moest en zou weten hoe het af ging lopen.
Eenmaal thuis vond mijn moeder dat gelukkig ook en zijn we samen naar de bibliotheek gegaan om het te lenen. Ze moest mee want het stond in de afdeling ’12-14 jaar’ en ik was pas tien, daar werd streng de hand aan gehouden. En bij mijn elfde verjaardag kreeg ik het zelf en heb ik het nog vaak gelezen! Met dank aan mijn moeder die een ruime kijk had op de “dingen van belang”.