10

Dit is míjn leven en er zingt weer een merel…

Hoe het komt weet ik niet precies maar het lijkt of de winter tussen mijn vingers door is geslipt.
Natuurlijk, ik weet nog dat het een paar dagen heel koud was.
Dat ik in de tuin in de zon heb gezeten onder een strakblauwe lucht.
Dat ik heel erg moest krabben als ik ‘s ochtends vroeg ging zwemmen.
Dat het stormde en de slagregens mijn huisje geselden.
Dat er mist over de weilanden hing met een oranje zon er boven.

Dat mijn houtkacheltje overuren maakte en de P’s er onder woonden.

Maar de tijd, waar is de tijd gebleven?
Ik heb echt geen idee.

De feestdagen waren opeens voorbij, inclusief mijn verjaardag.

Januari ging geluidloos over in februari en ook februari blijkt nu al voorbij te zijn.
Het waren soms hele drukke dagen met iedere week de vaste dingen als zwemmen, fysio, liefst de sauna, het Digi-Taal Huis en allerlei andere activiteiten die tot de los-vaste bezigheden horen. Met tuin- en timmermannen, met uitstapjes en heel veel bezoek.

Maar ik las eindelijk ook weer boeken, won een abonnement voor twee maanden op de Volkskrant dus iedere dag een krant en ik begon met de grote klus van het digitaliseren van mijn eindeloze hoeveelheid foto’s. Wat een werk! Alleen al het opzoeken van de dozen, het los pulleken van aan elkaar geplakte foto’s en het sorteren ervan. En dus wegdoen, bijna onoverkomelijk voor een verzamelaar. Daarna scannen met een fantastisch appje en een ‘logisch’ mapje bedenken.
En dan te bedenken dat er ook nog zeker 10.000 digitale foto’s wachten om uitgezocht te worden.

In ieder geval is mijn eerste fotoboek bijna een feit. Maandag stuur ik het naar Albelli en wacht ik vol spanning op het resultaat. Het heeft me heel veel tijd gekost maar ook heel veel opgeleverd want mijn hele leven ging door mijn handen. En door mijn hoofd.

En ik deed een bijzondere ontdekking.
Ik ontdekte dat ik blij ben met mijn leven zoals het is.

Mijn leven ‘alleen’ waarmee ik een leven bedoel zonder partner.
Maar ook zonder kinderen en dus zonder kleinkinderen.
En zelfs bijna zonder familie.

Zelf weet ik al heel lang dat dit nu eenmaal zo is. Dat het zo is het gelopen en zo is gegroeid.
Maar altijd heb ik het gevoel gehad dat anderen daar van alles over dachten, me zielig vonden.
Of invulden dat het wel niet voor niets zou zijn dat ik geen partner had.
Altijd voelde ik me eigenlijk een beetje te kort schieten, zowel naar mezelf als naar de buitenwereld.
En als iemand me vroeg of ik ooit een relatie had gehad was ik heel blij daar een positief antwoord op te kunnen geven. Zo van ‘er is echt niets mis met me’.

Ik had het, vaak onbewust, zelfs bij vrienden. Altijd was daar dat stemmetje dat fluisterde ‘ze vragen je omdat ze je zielig vinden’.  En vanaf dat ik besloot in mijn eentje met vakantie te gaan zei ik er snel bij ‘dat ik dat graag wilde’ om maar te voorkomen dat iemand daar anders over zou denken.

Toen ik nog werkte was het altijd heel druk en ik had een baan waar heel veel mensen bij hoorden.
De weekenden waren nodig om bij te komen en dat deed ik graag alleen. Natuurlijk ook samen met vrienden maar ook alleen en dat vond niemand niet gek.

Toen mijn pensioen eraan begon te komen dacht ik vaak ‘hoe zal dat zijn, zal ik me eenzaam gaan voelen?’ Ik zag vriendinnen die hun week vol planden met vaste afspraken, spelletjesdagen, wandelgroepjes, schilderen, eetgroepen etc en ik legde mezelf op dat ik dit ook moest gaan doen want niemand mocht toch denken dat ik alleen (en dus eenzaam) was.

Mijn pensioen brak aan. Ik begon met een nieuwe heup, had tijd nodig om te herstellen, ging naar Zweden, werkte in en genoot van de tuin en ging weer naar Zweden. Opeens was het eerste jaar-zonder-werk voorbij zonder dat ik ook maar een dag tijd had gehad voor een of ander groepje.
Dat herhaalde zich in jaar twee, waarbij problemen met mijn lijf helaas wel meer tijd en energie bleken te gaan vragen. En nu is ook het derde jaar-zonder-werk voorbij!

De dagen waarin ik heel erg mijn best moet doen mezelf niet zielig te vinden is de periode rond de kerstdagen want alles en iedereen vindt dat kerst alleen kerst is als je met een grote familie onder de boom aan het kerstdiner zit. En al weet ik dat dat onzin is, toch was het altijd een lastig. Tot dat vorig jaar opeens minder begon te worden en ik er het afgelopen jaar tot mijn eigen verbazing niet eens meer over na heb gedacht! Net zo min als over januari en februari, de maanden die altijd zo lang duurden, die zo saai waren en waarin ik zo wanhopig naar het voorjaar verlangde.

Wat heb ik nu genoten van deze maanden!
In mijn kabouterhuisje bij mijn houtkacheltje en mijn P’s.
Mijn boeken, mijn tuin, mijn erfgoed.
Mijn plek waar ik eindelijk heb kunnen wortelen.

De plek waar ik alleen woon en daar ongelooflijk van geniet.
Omdat dat bij mij hoort.
Omdat dat de manier van leven is die bij mij past.
Omdat dat niet zielig is en ik nergens in te kort schiet, naar niemand en zelfs niet naar mezelf!

Opeens drong dit besef tot me door en tegelijk hoorde ik voor het eerst een merel zingen –
daar is het voorjaar!


Overal staan krokussen. Krokussen tussen de hortensia’s die al heel voorzichtig nieuwe blaadjes krijgen, krokussen in het gras en krokussen in de borders. De dotters lopen uit in de overvolle vijver, de stokrozen komen op tussen de sneeuwklokjes en de eerste Tête-à-tête narcisjes bloeien al voorzichtig. De P’s wagen zich zo nu en dan even in de tuin om gauw weer onder hun kacheltje te duiken.

En ik?
Ik geniet!
Van het alleen mogen leven, het leven dat bij mij hoort en bij mij past.
En van die merel natuurlijk!

 

En morgen?
Morgen ga ik de keuken leegruimen want
dinsdag komt de timmerman!

Delen is fijn:

10 Reacties

  1. Met ene hele grote grijns je blog gelezen. Wat geweldig fijn dat je nu zo kunt genieten van het leven zoals het is. Dat wens ik iedereen wel toe.

  2. Applaus Liesbeth. Wat heerlijk dat je zo tevreden kunt zijn.
    Dat alleen zijn begrijp ik goed. Ik zag het bij mijn moeder. Ook zij voelde zich daar heel wel bij.

    • Dank je Marjanne!
      Het was hard werken om zo ver te komen en het is heerlijk dat het nu zo voelt.

  3. Deze blog verbaast me niks…. toen wij bij jou op bezoek waren straalde je dat ook helemaal uit. Het is goed zo. Je geniet en ik kan me dat heel erg goed voorstellen in je fijne huis. Ik zou het overigens geen kabouterhuis noemen, want zo klein is het nu ook weer niet. We zaten nog niet op een derde, drie dames die niet klein en mager zijn met drie levendige poezen, de kachel, het lekkere eten. En onze Buster die genoot van jouw grote! tuinhuis!
    Misschien is maar net wat je gewend bent, maar hier in de straat, en eromheen, zijn woningen voor mindervalide en ouderen en die zijn eerder kleiner dan groter dan dat van jou en niemand heeft het over een kabouterhuisje…..

    • Mijn tuinhuis is net zo groot als mijn kabouterhuis! Daar heb je zeker een punt mee. Maar wat jullie waarschijnlijk niet is opgevallen is dat ik nergens kasten heb en dat is toch wel ingewikkeld…
      Klagen doe ik zeker niet, integendeel, maar ik blijf het mijn kabouterhuisje noemen!

  4. Wat een mooi blog, en wat fijn dat je dat zo voelt!

    Het is heel herkenbaar. Ik zeg altijd tegen mezelf: alleen zijn valt niet mee, er is maar één ding erger, en dat is altijd met z’n tweeën zijn. Daar moet je toch niet aan denken.
    Als ik ‘s avonds in mijn kamer zit, boek op schoot, kaarsje aan, hond in de mand – dan is alleen zijn de hemel. Ik zal aan je denken!

  5. Jaaaa, zo is het helemaal!
    Altijd met z’n tweeën zijn, ik moet er niet aan denken.
    Maar dat heeft wél even geduurd:-)

Geef een reactie

[postlist id="513"]